
Sinds 2023 moeten alle leerlingen in de derde graad van alle BSO- en TSO-richtingen een verplichte stage van minimaal achttien halve dagen per schooljaar doorlopen. Die stage houdt in dat de leerling een volwaardig onderdeel vormt van het arbeidsproces in het bedrijf. Met andere woorden: er moet een duidelijk afgebakend takenpakket voor de stagiair klaarliggen, met de nodige omkadering en begeleiding.
Verplichte stage vaak dode letter
Maar de stages leggen een grote druk op scholen en bedrijven. Voor heel wat Vlaamse kmo’s en eenmanszaken is het een te grote stap. Met de invoering van de stageverplichting was er in 2024 een forse toename met ettelijke duizenden leerlingen die zo'n stage moesten doorlopen. Tegenover 2016-2017 gaat het zelfs om 40.000 extra plaatsen. Het gevolg was dat niet elke school voldoende stageplaatsen vond. De onderwijsinspectie zag wel wat door de vingers, maar toch ontstonden er grote verschillen tussen scholen, en bleef de verplichte stage in de praktijk vaak dode letter.
Bijsturing was nodig
Zowel vanuit het onderwijs- als het werkveld kwam er kritiek. Minister Demir heeft oor naar die verzuchtingen. “Een stageplaats tover je niet op één, twee, drie tevoorschijn”, zegt de minister. “Een bijsturing drong zich op, om ervoor te zorgen dat alle leerlingen de kans krijgen om ervaring op te doen op de werkvloer. Om hun competenties aan te sterken en voor te bereiden op de arbeidsmarkt. En ook voor de kmo’s en eenmanszaken, zodat zij gemakkelijker op die jongeren een beroep kunnen doen.”
Eerste contract versieren
In plaats van de stageverplichting uit te hollen of af te schaffen, maakt Zuhal Demir werk van een verbreding. In plaats van een ‘verplichte stage’ in de strikte zin van het woord, kunnen scholen en bedrijven ze in het vervolg invullen door andere vormen van ‘werkplekleren’. Denk aan praktijklessen in een bedrijf, maar ook bedrijfsbezoeken of inleefstages. Bovendien schrapt Demir de bestaande afwijkingsmogelijkheden en uitzonderingen. Bijgevolg zal elke leerling in de derde graad van het secundair onderwijs in TSO en BSO in de toekomst aan een vorm van ‘werkplekleren’ doen.
Deuren opengooien voor leerlingen
Concreet zullen de achttien halve dagen stageverplichting voor leerlingen in het vijfde jaar BSO of TSO en het zesde jaar TSO vervangen kunnen worden door een bredere categorie van achttien halve dagen ‘werkplekleren’. In het zesde jaar BSO en in de zevende jaren, die gericht zijn op de arbeidsmarkt, blijft de verplichte stage van vandaag sowieso bestaan. Minister Demir: “Dat verlaagt de drempel voor veel Vlaamse kmo’s en eenmanszaken om hun deuren open te gooien en aanstormend talent een kans te geven. Ondernemingen kunnen zich naar de jongeren toe profileren als een interessante toekomstige werkplek.” Tegelijk valt voor de bedrijven dus de organisatiedruk weg die met stages gepaard gaat.
Goede kans op eerste contract
Demir ziet nog voordelen: “Dit biedt scholen en bedrijven meer flexibiliteit om jongeren hun eerste praktijkervaring te laten opdoen. Die eerste stappen op de arbeidsmarkt zijn voor deze leerlingen cruciaal. Want als ze daar een goede beurt maken, dan hebben ze nadien een goede kans om een eerste contract te versieren bij diezelfde werkgever of in diezelfde sector.”